H

Het Cool Click Magazine is een online tijdschrift over fotografie. Gerrit de Groot vroeg mij om een stukje aan te leveren, wat in oktober 2016 werd gepubliceerd. Hieronder het interview.

Kies 125 of 250 en dan draaien totdat het wijzertje op de nul staat

luidde de instructie van mijn vader toen ik als twaalfjarige jongen een Praktica MTL-3 met 50mm lens van hem kreeg. En dat deed ik, zonder me al te druk te maken over het hoe en waarom erachter. Mijn beperkte budget van twee “grote” filmrolletjes tijdens onze zomervakanties in Zuid-Frankrijk dwongen mij daar zorgvuldig mee om te gaan. Niet zomaar schieten maar vooraf nadenken over het beeld. Sindsdien heb ik altijd een camera bij me gehad tijdens vakanties.

dsc_1046

Landschappen

Mijn drijfveer is een passie voor landschappen. Die is er altijd geweest, van jongs af aan. Toen ik op mijn zeventiende eindelijk losgelaten werd en ik voor de eerste keer op de fiets weken lang door Zuid-Frankrijk trok was mijn camera er om al dat moois vast te leggen. Een fietsvakantie mét camera bleek een gouden combinatie. Totaal blootgesteld aan de elementen en de grillen van het landschap met een voor mij ultiem gevoel van vrijheid gaf inspiratie voor het maken van vele foto’s. En een praktisch ding, je kunt overal en altijd stoppen. Vele fietsvakanties volgden en op alle mogelijke manieren werd daarbij aan gewichtsbesparing gedaan. Afgezaagde tandenborstel en zelfs de binnentent die thuis bleef (met alle ongerieven van dien) maar voor de spiegelreflex camera en later zelfs meerdere lenzen was altijd ruimte! Een aanzienlijk deel van de dag ging dan op aan het maken van foto’s.

Van een min of meer argeloze vakantiekiekjesfotograaf heb ik mezelf ontwikkeld tot iemand die serieus op zoek gaat naar een mooie foto, de juiste plekken opzoekt en er op het goede moment aanwezig probeert te zijn. En af en toe lukt het ook nog om een echte goede foto te maken, want net als menig ander klassiek landschapsfotograaf kom ik regelmatig met lege handen thuis. Mijn irritante dwang naar perfectie maakt het namelijk dat ik de meeste foto’s links laat liggen en de lat almaar hoger leg.

Is het dan nog wel leuk? Ja hoor, meestal wel. Het is des te spannender niet van te voren te weten wat je op locatie aantreft en met welk resultaat je thuis komt. En bij twijfel vooraf: gaan! Als alles dan op z’n plaats valt, als je op een mooie plek onder ideale omstandigheden een zonsopkomst meemaakt en met een mooi resultaat thuis komt, dan is dat geweldig! Maar toch, eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat na een paar mislukte “expedities” mijn motivatie soms even daalt en ik de camera even een paar weken niet meer aanraak.

dsc_5212

Ontwikkeling en apparatuur

Toen ik in 2004 digitaal ging met de Fuji S7000 (systeemcamera) was er niet meer de beperking van de filmrolletjes (lees: het bijbehorende beperkte budget om dat allemaal te laten afdrukken) en kreeg ik direct feedback op het scherm. Dat waren de ingrediënten die ik nodig had om me verder te ontwikkelen op het gebied van compositie en belichten.

In 2006 stapte ik weer over naar het oude en vertrouwde spiegelreflex concept. Ik kocht een Nikon D80, een hele stap voorwaarts. Kijken door de zoeker geeft me toch meer gevoel met het onderwerp dan kijken op een scherm.

Na heel veel apparatuur gekocht en verkocht te hebben bestaat mijn uitrusting tegenwoordig uit een Nikon D600 met Nikkor 16-35mm f4 groothoek, een Nikkor 24-70mm f2.8, een Sigma 15 mm f2.8 fisheye en een Sigma 100-300mm f4 telelens.

De groothoeklens gaat altijd mee. Tenminste 70% van mijn foto’s maak ik daarmee. De fisheye lens zit ook standaard in de tas. Ik gebruik hem niet al te vaak maar het kan bijzondere resultaten opleveren en hij is compact. De telelens is het buitenbeentje. Die gaat alleen mee als ik hem echt denk nodig te hebben.

Bijna zonder uitzondering neem ik mijn foto’s vanaf statief. Omdat ik een kleine diafragma opening gebruik (f8-f11) bij lage ISO en ook vaak grijs(verloop)filters toe pas loopt de sluitertijd al snel op. Bovendien kan ik zo op mijn gemak de juiste compositie bepalen en de filters goed positioneren. Zonder statief kan ik niet de foto’s maken die ik wil. Mijn statief (Benro C3580T) is groot en lomp maar hoog stormvast.

Stijl en compositie

Mijn foto’s kenmerken zich denk ik door heldere kleuren, contrasten en dieptewerking. Ik heb een sterke voorkeur voor groothoekopnamen en ben altijd op zoek naar lijnen in het landschap waarlangs ik de kijker probeer te leiden naar de horizon. Dat begint bij de voorgrond. Simpele structuren in het zand of drie stenen op een rijtje zijn vaak al afdoende. Ik houd er zoveel mogelijk rekening mee dat onze kijklijn van links naar rechts en van onder naar boven onbewust onze voorkeur heeft. Om die reden smokkel ik wel eens en spiegel de foto, maar alleen als niemand het kan achterhalen. Verlagen van het standpunt kan lijnen versterken maar ook plat slaan. Ik kies daarom vaak juist voor een extra hoog standpunt.

Ook vind ik een foto in evenwicht prettig kijken. Een boom links kan rechts door een wolk “gecompenseerd” worden. Ik probeer objecten vrij te houden van het kader óf echt onderdeel te maken van het kader. Geen driekwart boom op mijn foto’s dus.

Bij het bepalen van de compositie ga ik altijd geheel op gevoel waarbij ik onderbewust mijn eigen voorkeuren toepas. Ik merk wel dat ik daarbij te vaak mijn standaard recept toepas en moet mezelf soms dwingen daarvan af te wijken.

Ik ben van mening dat wij (landschaps)fotografen niet als taak hebben om de werkelijkheid zo goed mogelijk weer te geven maar een bepaalde sfeer over te brengen op de kijker waarbij geen specifieke regels gelden. Ik krijg vaak de vraag van niet-fotografen: “Bewerk jij ook?” waarbij ik soms het gevoel krijg dat de vraag achter de vraag luidt: “Speel jij ook vals?!”, wat in mijn optiek dus helemaal niet kan. Desondanks probeer ik mijn foto’s niet teveel “over de top” te laten gaan. Een lastig paaltje wegwerken doe ik wel eens maar complete wolkenluchten vervangen niet.

dsc_4272

Inspiratie

Inspiratie vind ik bij fotografen als Bas Meelker en Albert Dros. Ik prijs ze om hun degelijkheid en doordachte composities. Want al lijkt het nog zo gemakkelijk – boompje links, heuveltje midden, zonnetje rechts, lijnen uit de hoeken – een kleine wijziging in standpunt kan een heel andere foto opleveren.

Eigenlijk doe ik vooral inspiratie op van de fotografen waarmee ik op pad ga. Want hoewel de locatie en omstandigheden hetzelfde zijn verschillen de resultaten vaak behoorlijk. En niet zozeer in kwaliteit als wel in uitvoering en compositie. Hoe vaak ik niet denk: “Hoe heb ik dat kunnen missen!”. Ik ben blij met mijn groep fotovrienden waarmee ik regelmatig op pad ga.